nl +32 479 056 818 | +32 498 053 559 hello@airvisor.be

Voldoen uw werklokalen aan de nieuwe CO2-norm?

co2 en vochtigheid werklokalen

2 MEI 2019. — Koninklijk besluit tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk inzake de binnenluchtkwaliteit in werklokalen

Het koninklijk besluit van 2 mei 2019 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk inzake de binnenluchtkwaliteit in werklokalen werd gepubliceerd in het staatsblad.

Principes van de binnenluchtkwaliteit

Het koninklijk besluit van 2 mei 2019 voegt een nieuwe definitie toe aan de codex, namelijk die van werklokaal. Dit begrip wordt gedefinieerd als een lokaal waarin zich een werkpost bevindt.

Het algemene principe bestaat erin dat werknemers over een goede binnenluchtkwaliteit moeten beschikken. Dit is ruimer dan de vroegere doelstelling, waarbij alleen ‘voldoende verse lucht’ als criterium gold, maar niets werd gezegd over het aanpakken van verontreinigingsbronnen.

Om de verontreiniging bij de bron te kunnen aanpakken, is de werkgever ertoe gehouden een risicoanalyse uit te voeren van de binnenluchtkwaliteit. Er worden verschillende verontreinigingsbronnen vermeld waarmee de werkgever rekening moeten houden: de aanwezigheid en fysieke activiteit van personen, de in de werklokalen aanwezige producten en materialen, het onderhoud, het herstel en de reiniging van de arbeidsplaatsen en tenslotte de kwaliteit van de aangevoerde lucht als gevolg van infiltratie en ventilatie, verontreiniging en werking van het ventilatie-, luchtbehandelings- en verwarmingssysteem.

De werkgever moet de nodige technische en/of organisatorische maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de CO2-concentratie in de lokalen gewoonlijk lager is dan 900 ppm. Dit stemt overeen met een minimum ventilatiedebiet van 40 m3 per uur per aanwezige persoon. De parameter van 900 ppm is gebaseerd op een CO2-concentratie van 500 ppm boven een (algemeen aanvaarde) gemiddelde buitenconcentratie van 400 ppm.

Als de werkgever echter op basis van de risicoanalyse kan aantonen dat de werknemers een gelijkwaardige of betere bescherming genieten als gevolg van het uitschakelen of verminderen van zoveel mogelijk verontreinigingsbronnen, dan volstaat het dat de CO2-concentratie in de werklokalen gewoonlijk lager is dan 1200 ppm, of dat er een minimum ventilatiedebiet is van 25 m3 per uur per aanwezige persoon.

Voor bestaande gebouwen die nog niet aan deze normen kunnen voldoen, moet een actieplan worden opgesteld om ervoor te zorgen dat men op termijn wel aan deze normen voldoet. Er moet een stapsgewijze planning opgemaakte worden om de situatie geleidelijk aan te verbeteren met maatregelen op korte, middellange en lange termijn.

Artikel 1. Artikel I.1-4 van de codex over het welzijn op het werk wordt aangevuld met de bepaling onder 29o , luidende : ″29o Werklokaal : een lokaal waarin zich een werkpost bevindt.″

Art. 2. Artikel III.1-34 van de codex over het welzijn op het werk wordt vervangen als volgt : ″

§ 1. De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers in de werklokalen over een goede binnenluchtkwaliteit beschikken.

§ 2. Daartoe voert de werkgever overeenkomstig artikel I.2-6 een risicoanalyse uit van de binnenluchtkwaliteit in de werklokalen, waarbij hij rekening houdt met het debiet van de aangevoerde lucht en de mogelijke bronnen van verontreiniging, bijvoorbeeld :

1o de aanwezigheid en de fysieke activiteit van personen;

2o de in de werklokalen aanwezige producten en materialen, zoals bouwmaterialen, vloerbekleding en aankleding, meubilair, planten en dieren, technische uitrusting, aanwezige toestellen, werktuigen en machines;

3o onderhoud, herstel en reiniging van de arbeidsplaatsen;

4o kwaliteit van de aangevoerde lucht als gevolg van infiltratie en ventilatie, verontreiniging en werking van het ventilatie-, luchtbehandelings- en verwarmingssysteem. De risicoanalyse wordt uitgevoerd door middel van visuele inspecties, controle van installaties en documenten, en met medewerking van de werknemers. Indien nodig worden metingen en/of berekeningen uitgevoerd.

§ 3. De werkgever neemt de nodige technische en/of organisatorische maatregelen om ervoor te zorgen dat de CO2-concentratie in de werklokalen gewoonlijk lager is dan 900 ppm of dat een minimum ventilatiedebiet van 40 m3 /u per aanwezige persoon wordt gerespecteerd. In afwijking van het eerste lid, neemt de werkgever de nodige technische en/of organisatorische maatregelen om ervoor te zorgen dat de CO2-concentratie in de werklokalen gewoonlijk lager is dan 1200 ppm of dat er een minimum ventilatiedebiet van 25 m3 /u per aanwezige persoon wordt gerespecteerd, op voorwaarde dat de volgende voorwaarden vervuld zijn :

1o de werkgever kan op basis van de resultaten van de risicoanalyse aantonen dat de werknemers een gelijkwaardig of beter beschermingsniveau genieten wat de binnenluchtkwaliteit betreft, doordat de verontreinigingsbronnen bedoeld in

§ 2, 2o tot 4o werden uitgeschakeld of aanzienlijk werden verminderd, bijvoorbeeld door het gebruik van emissiearme materialen

2o de werkgever heeft hierover voorafgaand het advies gevraagd van de bevoegde preventieadviseur en van het comité. De CO2-concentratie in de werklokalen wordt beschouwd als gewoonlijk lager dan 900 ppm of 1200 ppm respectievelijk, wanneer de CO2-concentratie onder deze waarde blijft gedurende 95 % van de gebruikstijd, berekend over maximaal 8 uur, en uitgaande van een buitenconcentratie van 400 ppm. Als metingen aantonen dat de buitenconcentratie 400 ppm overstijgt, kan rekening worden gehouden met het verschil tussen 400 ppm en de werkelijke buitenconcentratie.

§ 4. Voor werklokalen in gebouwen of in delen van gebouwen die worden gebouwd, verbouwd of gerenoveerd met een bouwaanvraag na 1 januari 2020, neemt de werkgever de nodige technische en/of organisatorische maatregelen om te voldoen aan de eisen van § 3. Als in andere werklokalen dan bedoeld in het eerste lid, niet kan worden voldaan aan de eisen bepaald in § 3, stelt de werkgever een actieplan op, in overleg met de bevoegde preventieadviseur en met het comité, waarin de nodige technische en/of organisatorische maatregelen op korte, middellange en lange termijn worden vastgelegd, evenals een tijdspad voor de implementatie van deze maatregelen, om ervoor te zorgen dat de binnenluchtkwaliteit wordt verbeterd en dat binnen afzienbare termijn kan worden voldaan aan de eisen bepaald in § 3. De resultaten van de risicoanalyse bedoeld in § 2 en het actieplan worden opgenomen in het globaal preventieplan.

″ Art. 3. In artikel III.1-36 van de codex over het welzijn op het werk, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1o In het eerste lid wordt de bepaling onder 3o opgeheven;

2o Het tweede lid wordt opgeheven;

3o Dit artikel, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : ″§ 2. Wanneer het gaat om systemen met bevochtigings- of ontvochtigingsinstallaties, zijn deze dermate ingesteld dat de gemiddelde relatieve luchtvochtigheid over een werkdag tussen 40 en 60 % ligt, tenzij dit om technische redenen of omwille van de aard van de activiteiten niet mogelijk is. De relatieve luchtvochtigheid bedoeld in het eerste lid mag tussen 35 en 70 % liggen indien de werkgever aantoont dat de lucht geen chemische of biologische agentia bevat die een risico kunnen vormen voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezige personen op de arbeidsplaats.″

airvisor kan u helpen met permanente of tijdelijke metingen van vochtigheid en CO2 in uw werkplaats(en) en kantoren voor zowel binnen en buiten.